Kantoor  |  Advocaten |  Publicaties |  Contact Nuttige Links

       Publicaties


       Onbeslagbaarheid woning
       zelfstandigen










Vanaf 9 juni 2007 (1) kan de zelfstandige zich beter beschermen tegen schuldeisers door zijn woning onbeslagbaar te laten verklaren!

De wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen biedt aan de zelfstandige ondernemer een extra middel om zijn persoonlijk risico te beperken en zo het ondernemerschap in België aan te wakkeren.

Deze beschermingsregeling geldt in principe voor álle zelfstandigen. Dit zijn al diegenen die een beroepsactiviteit in hoofdberoep uitoefenen en niet door een arbeidsovereenkomst of een statuut verbonden zijn. Het betreft hier zeker alle eenmanszaken en vrije beroepen. De vraag of hieronder ook bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen vallen is minder duidelijk bij een lezing van de tekst van de wet en de parlementaire werken.

Hoewel dit wellicht niet de bedoeling was van de wetgever, worden bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen niet uitdrukkelijk uitgesloten door de wet en zouden zij bijgevolg eveneens kunnen genieten van de beschermingsregeling (2).

De beschermingsregeling geldt voor de hoofdverblijfplaats van de zelfstandige. Dit is het onroerend goed waar hij met zijn gezin of als alleenstaande gewoonlijk leeft. De regering kan evenwel, via een besluit, een maximumwaarde vaststellen waarop deze onbeslagbaarheid van toepassing zal zijn.

Indien het onroerend goed waarin de zelfstandige woont eveneens wordt gebruikt voor zijn zelfstandige activiteit geldt de volgende regeling:

- als de oppervlakte van het gedeelte dat bestemd is voor professioneel gebruik minder dan 30% van de totale oppervlakte van het onroerend goed inneemt, dan kunnen de rechten op de totaliteit van het onroerend goed onbeslagbaar worden verklaard.

- als de oppervlakte van het gedeelte bestemd voor professioneel gebruik 30% of meer van de totale oppervlakte van het onroerend goed inneemt, kunnen enkel de rechten op het gedeelte dat bestemd is voor de hoofdverblijfplaats onbeslagbaar worden verklaard mits de voorafgaande opstelling van de statuten inzake mede-eigendom.

Om de onbeslagbaarheid van zijn woning tegenstelbaar te maken aan derden dient de zelfstandige bij de notaris van zijn keuze een verklaring van onbeslagbaarheid te verlijden, die vervolgens wordt ingeschreven in het daartoe bestemde register op het hypotheekkantoor.

Belangrijk hierbij is dat de wet voorziet dat de verklaring enkel tegenstelbaar ten aanzien van de schuldeisers van wie de schuldvorderingen ná voormelde inschrijving is ontstaan. Indien men vandaag reeds een schuld heeft kan men zijn woning niet veilig stellen voor beslag door nu nog snel een verklaring bij de notaris af te leggen.

De regeling biedt enkel bescherming voor professionele schulden (t.a.v. leveranciers, banken, RSZ, BTW, …). De wet biedt geen bescherming tegen schulden naar aanleiding van een misdrijf (zelfs indien in een professioneel kader), noch ten aanzien van privéschulden, noch schulden van gemengde aard (privé-professioneel). De wet biedt ook geen bescherming indien bestuurders of zaakvoerders van een vennootschap aansprakelijk wordt gesteld voor betaling van sociale achterstallen in geval van faillissement na grove fout (o.m. fiscale fraude) van de bestuurder of zaakvoerder.

De beschermingsregeling vervalt indien met verandert van statuut, behalve indien men zijn statuut van zelfstandige verliest als gevolg van een faillissement.

Ingeval van verkoop van de woning waarop de bescherming slaat blijft de verkoopsprijs beschermd indien men binnen het jaar de verkoopprijs wederbelegt in een ander onroerend goed, dat op haar beurt onbeslagbaar wordt (mits inschrijving van de verklaring van wederbelegging en inschrijving in het register op het hypotheekkantoor). In die tussentijd wordt deze verkoopprijs door de notaris voor wie de verklaring werd gedaan bewaard.

De zelfstandige kan op ieder ogenblik van zijn verklaring afzien mits de naleving van de voorziene publiciteitsvormen.

Ongetwijfeld biedt de wet van 25 april 2007 een belangrijke bescherming voor de zelfstandige ondernemer, hetgeen het ondernemerschap in België zeker kan stimuleren.

De vraag kan evenwel gesteld worden hoe de banken hierop zullen reageren doordat zij een vaak belangrijk onderpand bij kredietverlening zullen zien verdwijnen. Tenslotte zal hetzij de wetgever, hetzij de rechtspraktijk in de nabije toekomst moeten uitklaren of de beschermingsregeling ook geldt voor bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen. Dit zou o.i. verantwoord zijn in het licht van de recente wetswijzigingen die de persoonlijke aansprakelijk van bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen aanzienlijk hebben uitgebreid (3).

Mathieu VANSUYT, advocaat

_________________________________

(1) Artikel 83 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (B.S. 8 mei 2007) bepaalt dat de regeling in werking treedt één maand na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
(2) Artikel 72 van de Wet van 25 april 2007 geeft een heel brede definitie van “zelfstandige”, zijnde al wie een beroepsactiviteit uitoefent en niet door een arbeidsovereenkomst of een statuut verbonden is. Deze definitie is ontleend aan de definitie van zelfstandige in het KB nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. Deze link wordt trouwens uitdrukkelijk aangegeven in het memorie van toelichting. Datzelfde artikel 3 stelt o.m. dat mandatarissen van vennootschappen onweerlegbaar vermoed worden zelfstandige te zijn. Bovendien stelt het memorie van toelichting dat de bepaling van artikel 72 “zo ruim mogelijk” is. Daar artikel 77, 3e lid uitdrukkelijk de beschermingsregeling uitsluit voor bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen voor wat betreft de aansprakelijkheid voor sociale schulden na faillissement als gevolg van hun grove fout, kan men o.i. a contrario stellen dat de beschermingsregeling in de overige gevallen wel van toepassing is op bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen.
(3) Zie o.m. de uitbreiding van bestuurdersaansprakelijkheid door de Programmawet van 20 juli 2006 (BS 28 juli 2006).


Reclame via elektronische post:
toegestaan, doch binnen bepaalde
grenzen



Het is snel, eenvoudig en goedkoop: met één druk op de knop verstuur je een e-mail of SMS naar uw (potentiële) klanten met daarin een reclameboodschap. Dergelijke direct marketing technieken zijn niet verboden in België, maar u dient zich wel aan bepaalde spelregels te houden. Hieronder worden de voornaamste voorwaarden kort opgesomd.

In dit artikel beogen wij enkel reclame die wordt verstuurd onder de vorm van een e-mail, SMS, spraakbericht (zgn. “publicitaire elektronische post”). Dit betekent dat wij ons niet richten op andere vormen van e-reclame zoals reclame op websites, pop-ups, banners, enz. Anderzijds richten wij ons ook niet op elektronische berichten die geen reclamewaarde maar enkel een informatief karakter hebben, al is het onderscheid tussen “informatie” en “reclame” in de praktijk soms moeilijk te maken, zodat steeds voorzichtigheid geboden is.

Verplichte voorafgaande toestemming

Alvorens een elektronisch reclamebericht te versturen dient u in principe steeds de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde te bekomen (zgn. “opt-in principe”):

  •  Voorafgaand: de toestemming moet bekomen worden vooraleer u het bericht verzendt.
  •  Vrij: de geadresseerde heeft de mogelijkheid om de optie “neen” aan de vinken. De clausule “bij gebrek aan reactie binnen de x dagen wordt u geacht akkoord te gaan met het ontvangen van elektronische reclameberichten” wordt niet aanvaard.
  • Specifiek: de toestemming wordt rechtstreeks en van de juiste persoon bekomen en slaat specifiek op het accepteren van reclameberichten afkomstig van uw onderneming.
  • Geïnformeerd: de geadresseerde wordt bij de vraag om zijn toestemming duidelijk ingelicht dat zijn elektronisch postadres zal worden gebruikt voor publicitaire doeleinden.

De toestemming kan schriftelijk worden gevraagd of via de website. Maar kan deze vraag om toestemming reeds per e-mail worden gedaan? Volgens de Algemene Directie Regulering en Organisatie van de Markt kan dit onder de volgende voorwaarden: (i) de elektronische gegevens van de geadresseerde werden ontvangen en verwerkt volgens de wettelijke vereisten inzake privacy; (ii) uit de e-mail blijkt duidelijk dat er aan de betrokken persoon toestemming gevraagd wordt voor het sturen van elektronische reclameberichten naar hetzelfde adres; (iii) de e-mail bevat nog geen eigenlijke reclameboodschap; (iv) de persoon wordt gewezen op zijn recht op verzet; (v) indien de persoon zijn toestemming weigert, dient u tenminste 2 jaar te wachten vooraleer opnieuw om zijn toestemming te verzoeken.

Geen toestemming vereist in twee specifieke gevallen

In twee specifieke gevallen kan u een elektronisch reclamebericht versturen zonder eerst de toestemming te bekomen van de geadresseerde:

a)      Het elektronisch reclamebericht wordt verstuurd naar de klanten

-          Klant: het moet gaan om een echte klant d.w.z. een natuurlijke of rechtspersoon die al minstens één keer gebruik heeft gemaakt van uw producten of diensten (vb. offerte-aanvraag is niet voldoende).

-        Gelijkaardige producten: het reclamebericht mag enkel betrekking hebben op gelijkaardige (categorieën van) producten of diensten die u bovendien zelf aanbiedt.

b)      Het elektronisch reclamebericht wordt verstuurd naar een rechtspersoon

Het betreft hier berichten verstuurd naar “onpersoonlijke” adressen zoals: info@company.be, contact@..., sales@..., bestellingen@..., klantendienst@..., enz. Van zodra adressen een persoonlijk karakter krijgen zoals voornaam.naam@company.be is het uitzonderingsregime niet van toepassing en geldt de toestemmingsvereiste, ook al betreft het professionele adressen.

In het reclamebericht kunnen enkel producten of diensten worden aangeboden bestemd voor rechtspersonen (vb. niet kappersbeurten, gezinsvakanties, …).


Verplichte inhoud elektronische reclameberichten

In elk elektronisch reclamebericht (zelfs indien u de voorafgaande toestemming heeft bekomen of wanneer dergelijke toestemming niet nodig was) dient aan de volgende inhoudelijke vereisten te voldoen.

  •  Vanwege de globale indruk is het bericht duidelijk als reclame herkenbaar. Is dit niet het geval, dan moet het bericht uitdrukkelijk de vermelding “reclame” bevatten.
  •  De afzender van het bericht is duidelijk identificeerbaar (vb. vermelding “Reclame verzonden door en voor rekening van X [hyperlink]”.
  •  Indien het verkoopbevorderende aanbiedingen, wedstrijden of spelen betreft blijkt dit duidelijk uit het bericht, worden de voorwaarden ervan vermeld en zijn deze voorwaarden gemakkelijk te vervullen. In dit kader kan bijvoorbeeld een hyperlink naar een website waarin deze voorwaarden worden uiteengezet volstaan.
  • Het recht op verzet van de ontvanger van het bericht om in de toekomst nog elektronische reclameberichten te ontvangen.

 

Recht op verzet

Zoals hoger aangegeven heeft elke ontvanger van een elektronisch reclamebericht het recht om zich te verzetten tegen het ontvangen van dergelijke berichten in de toekomst, zelfs indien hij daarvoor eerder zijn toestemming gaf.

  • Kosteloos en vrij: voor de uitoefening van het recht op verzet mogen geen kosten worden aangerekend. Er mag ook geen motief worden gevraagd aan de betrokken persoon.
  • Gemakkelijk: het recht op verzet moet eenvoudig uit te oefenen zijn (vb. “Als u niet langer elektronische reclameberichten wenst te ontvangen, klik hier [e-mailadres]”).
  • Ontvangstbewijs: binnen een redelijke termijn (24 à 48 uur) ontvangt de betrokken persoon per e-mail een ontvangstbewijs van de uitoefening van zijn recht op verzet.
  • Effectieve stopzetting: het versturen van elektronische reclameberichten wordt effectief binnen een redelijke termijn stopgezet.
  • Lijsten: er wordt een lijst aangelegd of bijgewerkt van personen die geen elektronische reclameberichten meer wensen te ontvangen.

Indien u dus van plan bent reclame te maken voor uw producten of diensten via direct marketing technieken, is het aangewezen bovenstaande voorwaarden aandachtig door te nemen, wil u eventuele boetes (€ 1.375 tot € 137.500) vermijden. Tenslotte wensen wij te benadrukken dat de wet een procedure voorziet indien men deze regeling wil omzeilen door bv. de reclame vanuit het buitenland (EU) te laten versturen. In dit geval worden de autoriteiten van de betrokken lidstaat, en eventueel zelfs de Europese Commissie, van de misbruiken op de hoogte gebracht die dan de nodige maatregelen kunnen nemen.

Mathieu VANSUYT, advocaat

Is uw website juridisch in orde?












Bijna iedere onderneming en ook steeds meer eenmanszaken en vrije beroepers wil een stukje van het internet inpalmen om zichzelf, hun producten of diensten kenbaar te maken aan de buitenwereld via een website. Sommigen gaan nog verder door niet alleen informatie te verstrekken via hun website, maar ook effectief producten of diensten via hun website te verkopen (e-commerce).

Een website als uithangbord van de onderneming die wereldwijd op elk moment gratis toegankelijk is heeft uiteraard talloze voordelen. Toch is het onontbeerlijk om eens na te gaan of uw website ook juridisch in orde is.

Om na te gaan of uw website juridisch op punt staat, bieden wij u hieronder een beknopt overzicht van enkele belangrijke juridische aandachtspunten:

  • Adres website: Een adres bestaat uit een domeinnaam en een topdomeinnaam. Een topdomeinnaam is een extensie die generiek (vb. .com, .net) of nationaal (vb. .be, .nl, .eu) is en wordt beheerd door een domeinbeheerder (vb. ICANN, DNS, EURID). De eigenlijke domeinnaam kan vrij gekozen worden, voor zover die nog niet genomen is door iemand anders en voor zover er de aanvrager daarvoor een legitiem belang heeft.
  • Webdesign: Men kan altijd zelf een website ontwerpen en opmaken indien men deze knowhow in huis heeft, maar meestal wordt een beroep gedaan op een webdesigner. In het contract met deze webdesigner dient men duidelijke afspraken te maken omtrent de intellectuele eigendomsrechten op de website, onderhoud en update van de website, mogelijkheid tot eenzijdige aanpassingen of toevoegingen door de onderneming, enz.
  • Content: Voor wat betreft de content (met inbegrip van links) en opbouw van de website mag men geen intellectuele eigendomsrechten van derden schenden. Voor het gebruik op de website van foto’s, video- en/of audiofragmenten, artikels, tekeningen en animaties, links naar andere websites of delen ervan, enz. zal desgevallend voorafgaandelijk toestemming moeten worden bekomen van de respectievelijk auteurs. Ook kan men in de website bepalingen opnemen waardoor de content ervan wordt beschermd. Websites mogen tenslotte ook geen ongeoorloofde informatie noch links naar ongeoorloofde websites of informatie bevatten.
  • Vermeldingen: De wet alsook bepaalde vaste rechtspraak verplichten de opname van bepaalde vermeldingen op een website. De E-commerce Wet lijst bijvoorbeeld enkele van die verplichte vermeldingen op aan websites van ondernemingen of personen die economische activiteiten uitoefenen (vb. eenmanszaak, vrij beroeper). De aard van de vermeldingen hangt onder meer af van het feit of de online contacten in een B2B of een B2C kader geschieden. Sommige vermeldingen moeten gemakkelijk, rechtstreeks en permanent aanwezig zijn op de website, terwijl andere informatie enkel duidelijk moet worden vermeld voordat men bvb. een online bestelling plaatst.
  • Reclame: Naast de algemene bepalingen bijvoorbeeld inzake misleidende, vergelijkende en verwarringstichtende reclame, voorziet de wet specifieke regels voor reclamevermeldingen op een website. Indien men bovendien geregistreerde gebruikers van een website informatie, nieuwsbrieven, promoties, enz. wenst toe te sturen per e-mail doet men er goed aan de gebruikers van de website bij hun registratie reeds uitdrukkelijk om hun toestemming te vragen voor dergelijke mailings.
  • Privacy: Via websites kunnen persoonsgegevens van de gebruikers van de website worden verzameld. Het kan gaan om vrijwillig verstrekte gegevens (vb. bij registratie op website) maar ook om onvrijwillig verzamelde gegevens van gebruikers (vb. IP-nummers, browsertype, besturingssysteem, cookies, etc.). Van zodra het gegevens betreft van natuurlijke personen dienen de bepalingen van de Wet op de Privacy te worden gerespecteerd. Als u deze persoonsgegevens bekend gaat maken aan derden of gaat aanwenden voor direct marketing is zelfs een aangifte noodzakelijk bij de Privacycommissie. Neemt dus best een uitgewerkte disclaimer op in de website.
  • Gebruiksvoorwaarden: Door bijzondere gebruiksvoorwaarden in de website op te nemen kan men bepaalde voorbehouden maken betreffende de juistheid en volledigheid van de op de website vermelde informatie. Bovendien kan de onderneming haar aansprakelijkheid beperken ten aanzien van de gebruikers van de website (vb. schade aan informaticasysteem van de gebruiker door virussen, hacking, etc.).

Indien u een website heeft, of van plan bent er een te creëren, is het bijgevolg nuttig eens bij een specialist te rade te gaan om te onderzoeken of uw website in overeenstemming is met de geldende wettelijke bepalingen. Zo kan men later eventuele boetes of andere burgerrechtelijke of strafrechtelijke sancties vermijden!

Mathieu VANSUYT, advocaat

Nuttige tips voor het protesteren van uw facturen

Als handelaar of onderneming wordt u vaak geconfronteerd met facturen, briefwisseling of zakelijke e-mails waarmee men (geheel of gedeeltelijk) niet akkoord kan gaan. In deze gevallen is het van cruciaal belang om snel, kordaat en – liefst – schriftelijk te reageren.

Om een vlot handelsverkeer mogelijk te maken heeft elke onderneming er belang bij dat facturen niet eindeloos in vraag kunnen worden gesteld door de bestemmeling ervan. Met het oog op het creëren van rechtszekerheid, heeft zich in België een strenge rechtspraak ontwikkeld inzake het protest van facturen, met als vuistregel “zwijgen is toestemmen”.

Inderdaad, als een onderneming een factuur ontvangt waarmee zij niet kan akkoord gaan dient zij deze binnen een korte termijn te protesteren. Doet zij dit niet, dan wordt zij in principe geachte de betrokken factuur te aanvaarden.

De aanvaarding van een factuur heeft niet alleen als gevolg dat men erkent de gevorderde bedragen verschuldigd te zijn. Bovendien impliceert de aanvaarding van een factuur dat men instemt met de algemene voorwaarden vermeld op de keerzijde. Ook vormt een aanvaarde factuur het bewijs van het bestaan van de overeenkomst zoals die blijkt uit de vermeldingen op de factuur. De aanvaarde factuur wordt dus geacht de getrouwe weergave te zijn van de overeenkomst die werd afgesloten.

De aanvaarding van een factuur heeft dus verstrekkende gevolgen. Daarom dient elke onderneming uiterst zorgvuldig tewerk te gaan bij het protesteren van facturen. Hieronder belichten wij kort enkele basisprincipes waaraan een geldig protest moet voldoen.

Vooreerst dient het protest – zoals gezegd – te gebeuren binnen een korte termijn. Indien men de rechtspraak erop nakijkt ziet men dat deze “korte termijn” in de praktijk kan variëren van 24 uren, 2 werkdagen tot een week, of langer, al naargelang het geval. Men protesteert dus best zo snel mogelijk. Indien u over enige tijd moet beschikken om rekeningen na te gaan, verzendt u best onmiddellijk reeds een voorbehoud waarin u het nazicht aankondigt.

Vervolgens adviseren wij om facturen steeds schriftelijk en liefst per aangetekende brief of per fax te protesteren. Zo kan men o.m. bij latere discussies bewijzen dat men een gemotiveerd protest heeft uitgebracht en dit binnen de vereiste korte termijn.

Tenslotte mag een protest niet lichtzinnig worden gedaan. Men dient steeds een korte en duidelijke motivering te vermelden waarom men niet akkoord kan gaan met de factuur. Een protest kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de gebrekkige uitvoering van werken, op de kwaliteit van de geleverde goederen, op de aangerekende prijs of op de factuurvoorwaarden van de leverancier, die voor het eerst worden ter kennis gebracht.

Op dit laatste punt dient men zorgvuldig te werk te gaan. Enerzijds moet men zo volledig mogelijk het protest motiveren, want het risico bestaat erin dat delen van de factuur waarop geen motivering rust worden beschouwd als zijnde aanvaard. Anderzijds dient men zijn argumentatie te beperken om te vermijden dat men ongewild een standpunt inneemt die later tegen u kan worden gebruikt in het kader van een gerechtelijke procedure.

Hoewel het ontvangen en protesteren van facturen deel uitmaakt van de dagdagelijkse bedrijfsvoering, besteden veel ondernemingen vaak onvoldoende zorg aan het opstellen van protestbrieven, met soms alle gevolgen vandien. Aarzel daarom niet om bij uw adviseur te rade te gaan om uw protestbrieven vooraf eens na te lezen, zeker indien het belangrijke bedragen betreft. In deze fase kan immers de basis worden gelegd voor een eventuele latere succesvolle gerechtelijk procedure!

Mathieu VANSUYT, advocaat

Overzicht wijzigingen Woninghuurwet

Recente wetgevende initiatieven (1) hebben de geldende bepalingen van het huurrecht op diverse plaatsen gewijzigd. De meeste wijzigingen betreffen enkel de woninghuur, maar enkele bepalingen hebben een meer algemene strekking.

Hieronder vatten wij de belangrijkste wijzingen samen en geven telkens aan vanaf wanneer de wijziging geldt.

Affiches en advertenties voor verhuur van woningen moeten huurprijs en lasten vermelden

Voortaan moet elke publieke of officiële mededeling (affiches, advertenties, enz.) voor verhuring van een goed bestemd voor bewoning, het bedrag van de huurprijs en de gemeenschappelijke lasten vermelden. Deze verplichting geldt voor de verhuring van woningen, tweede verblijven, studentenkamers, enz., maar niet voor handelshuren of burelen. De gemeente kan inbreuken hierop sanctioneren met een boete van 50 EUR tot 250 EUR (inwerkingtreding op 18.05.2007).

 

Intredende plaatsbeschrijving voortaan verplicht

Terwijl partijen vroeger konden overeenkomen om geen plaatsbeschrijving bij intrede op te maken, is het opmaken van dergelijke omstandige en tegensprekelijke plaatsbeschrijving bij intrede nu verplicht.

De plaatsbeschrijving wordt opgesteld op het moment dat de ruimtes nog niet bewoond zijn of binnen de eerste maand van bewoning. De plaatsbeschrijving wordt samen met het schriftelijk huurcontract geregistreerd (van toepassing op huurovereenkomsten in werking getreden vanaf 18.05.2007).

 

Verwijzing naar elementaire kwaliteitsnormen waaraan de woning moet voldoen

Bij elke huurovereenkomst moet voortaan een bijlage worden gevoegd met verwijzing naar de federale en de gewestelijke elementaire vereisten inzake veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid. Deze normen zijn van dwingend recht en worden beoordeeld op basis van de staat waarin de woning zich bevindt bij aanvang van de huurovereenkomst. Momenteel is het nog wachten op het KB dat de vorm en de inhoud van voormelde bijlage vastlegt (van toepassing op (woning)huurovereenkomsten in werking getreden vanaf 18.05.2007).

 

Herstellingen ten laste van de verhuurder en huurder worden van dwingend recht

De verhuurder is voortaan wettelijk verplicht alle huurherstellingen uit te voeren die krachtens de wet te zijnen laste vallen. Deze werkzaamheden kunnen nog bij KB nader omschreven worden. De nieuwe bepaling (2) in de Woninghuurwet moet bovendien in de huurovereenkomst worden opgenomen (van toepassing op (woning)huurovereenkomsten afgesloten vanaf 18.05.2007).

 

Informatiedocument met betrekking tot het huurrecht in bijlage bij het huurcontract

Elke huurovereenkomst moet voortaan een begrijpelijk informatiedocument in bijlage bevatten met toelichting over de voornaamste wettelijke bepalingen van de Woninghuurwet. Dergelijke bijlage werd bij KB van 4 mei 2007 uitgevaardigd (van toepassing op (woning)huurovereenkomsten in werking getreden vanaf 21.05.2007).

 

Geblokkeerde huurwaarborg van 2 maanden of bankwaarborg van 3 maanden huur

De huurwaarborg wordt herleid van drie maanden tot ten hoogste twee maanden huur bij eenmalige volledige betaling op een geblokkeerde rekening. De huurwaarborg blijft evenwel ten hoogste drie maanden huur indien het bedrag in schijven wordt betaald. Hetzelfde geldt indien de huurder opteert voor het systeem van de bankwaarborg. Bij KB werd een formulier vastgelegd dat wordt ingevuld door de bank en waardoor de huurder kan bewijzen dat hij een waarborg heeft gesteld (van toepassing op (woning)huurovereenkomsten in werking getreden vanaf 15.06.2007).

 

Omzetting van mondelinge huurovereenkomsten in schriftelijke huurovereenkomsten

Terwijl een huurovereenkomst in principe zowel schriftelijk als mondeling kan gesloten worden, moet voortaan elke huurovereenkomst voor een woning (hoofdverblijfplaats) alsook voor een studentenkamer schriftelijk worden gesloten.

Elke partij kan de andere partij in gebreke stellen om de mondelinge huurovereenkomst binnen de 8 dagen in een schriftelijke huurovereenkomst om te zetten. Geeft de andere partij hieraan geen gevolg, kan de vrederechter worden gevat, die de mondelinge overeenkomst zal omzetten in een negenjarig schriftelijk huurcontract.

De huurder kan bijvoorbeeld belang hebben bij een dergelijke omzetting in een schriftelijke huur indien hij de overeenkomst wil laten registreren om zich te beschermen ingeval verkoop van het gehuurde goed (inwerkingtreding op 15 juni 2007 en van toepassing op alle nieuwe en lopende mondelinge huurovereenkomsten).

Mathieu VANSUYT, advocaat

____________________________________

(1) Wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV) (B.S. 8 mei 2007) en de wet van 25 april 2007 houdende bepalingen inzake de woninghuur (B.S. 5 juni 2007)
(2) Artikel 2, §2 van de Woninghuurwet

Webdesign by Mathieu Vansuyt